ECLI:NL:RBROT:2013:BY8758
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Muilwijk-Schaaij
- Rechtspraak.nl
Geschil over internationale koopovereenkomst en huurovereenkomst bouwkranen met discussie over ontbinding en onzekerheidsexceptie
In deze zaak staat een internationale koopovereenkomst tussen een Nederlandse onderneming en een Israëlische partij centraal, waarbij het gaat om de levering en doorverkoop van twee Liebherr bouwkranen. De overeenkomst is ontbonden vanwege een doorverkoopverbod opgelegd door Liebherr, wat leidde tot discussie over de terugbetaling van een aanbetaling en vergoeding van gederfde winst.
De eiseres heeft zich beroepen op de onzekerheidsexceptie uit artikel 6:263 BW Pro om haar betalingsverplichtingen op te schorten, omdat er onduidelijkheid bestond over het doorverkoopverbod. De rechtbank oordeelt dat dit beroep terecht was, mede omdat de wederpartij op de hoogte was van het verbod en de onzekerheid. Het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van Liebherr werd niet geacht derdenwerking te hebben, waardoor de gevorderde gederfde winst toewijsbaar is.
In reconventie staat de kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen omtrent de Sennebogen kraan centraal: is er sprake van een huurovereenkomst of een lastgeving? De rechtbank oordeelt dat indien Avi niet kan bewijzen dat er een vergoeding is afgesproken, de overeenkomst als lastgeving moet worden gekwalificeerd, waarbij het financiële risico bij Avi ligt. De bewijslevering hierover wordt aangehouden en nader behandeld.
De rechtbank wijst de vorderingen van de eiseres tot restitutie van de aanbetaling en gederfde winst toe, terwijl de reconventionele vorderingen afhankelijk zijn van de bewijslevering over de huurovereenkomst. De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs en getuigenverhoor.
Uitkomst: Vorderingen tot restitutie en gederfde winst toegewezen; bewijslevering over huurovereenkomst aangehouden.