ECLI:NL:RBROT:2013:BY8836
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inverzekeringstelling verdachte zonder aansluitende inverzekeringstelling
De zaak betreft de beoordeling van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van een verdachte die op 4 januari 2013 voor een andere zaak was aangehouden en in verzekering gesteld, vervolgens op 5 januari 2013 in vrijheid werd gesteld, en aansluitend opnieuw werd aangehouden en in verzekering gesteld voor een andere zaak. De raadsman voerde aan dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een aansluitende inverzekeringstelling en het niet tijdig voorleiden van de verdachte aan de rechter-commissaris.
De rechter-commissaris stelde vast dat de verdachte tijdig was voorgeleid binnen de wettelijke termijn van 3 dagen en 15 uur en dat er geen sprake was van een aansluitende inverzekeringstelling zoals bedoeld in de Aanwijzing inverzekeringstelling 2009A012g. Hoewel de aangiften niet aan het dossier waren toegevoegd, bood het overzichtsproces-verbaal voldoende inzicht, waardoor de belangen van de verdachte niet waren geschaad.
De rechter-commissaris verwierp alle verweren van de raadsman en oordeelde dat de inverzekeringstelling rechtmatig was, mede omdat de verdenking van betrokkenheid bij diefstallen in vereniging voldoende was onderbouwd en de wettelijke vormvoorschriften waren nageleefd. Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling werd afgewezen.
Uitkomst: De inverzekeringstelling van verdachte is niet onrechtmatig verklaard en het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling is afgewezen.