ECLI:NL:RBROT:2013:BY9139
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eiser niet-ontvankelijk wegens ontbreken van voldoende belang bij vordering tegen waarnemend-gerechtsdeurwaarder
Eiser was geschorst als gerechtsdeurwaarder en gedaagde werd benoemd tot waarnemend-gerechtsdeurwaarder van zijn praktijk. Eiser vordert een verklaring voor recht dat gedaagde onzorgvuldig beheer heeft gevoerd over de derdengeldrekeningen, met name door betalingen aan niet-rechthebbenden.
Gedaagde voert verweer dat eiser geen rechthebbende is van het saldo op de derdengeldrekening en dat hij niet tekortgeschoten is. Eiser stelt dat hij door een storting van €600.000,- op de derdengeldrekening rechthebbende is geworden en dat hij hoofdelijk aansprakelijk is voor een eventueel tekort, waardoor hij belang heeft bij de vordering.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht. Er is geen sprake van actuele schade en eiser is niet door derden aansprakelijk gesteld. Bovendien is niet aannemelijk dat eiser als rechthebbende kan worden aangemerkt, aangezien het bedrag door een derde is gestort. Ook het splitsen van de vordering in een verklaring voor recht zonder veroordeling tot schadevergoeding is niet gerechtvaardigd.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende belang bij zijn vordering.