ECLI:NL:RBROT:2013:BY9428
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging demonstratie Occupy Rotterdam op bordes Beurs-WTC en beoordeling belanghebbendheid
Op 15 oktober 2011 startte Occupy Rotterdam een permanente demonstratie op het bordes Beurs-WTC zonder kennisgeving aan de burgemeester. Verweerder verbood bij besluit van 23 maart 2012 de voortzetting van deze demonstratie vanaf 31 maart 2012. Occupy Rotterdam maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, waarna zij zich tijdelijk van de locatie verwijderde.
De rechtbank stelde vast dat het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het geen rechtspersoonlijkheid bezit, geen bestuur of statuten heeft en niet herkenbaar is in het rechtsverkeer. Het beroep van dit samenwerkingsverband werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Een lid van de beweging, [A], werd wel als belanghebbende erkend.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 8 maart 2012 geen besluit in de zin van de Awb is, maar een informatieve vooraankondiging. Het bestreden besluit is gebaseerd op artikel 7 van Pro de Wet openbare manifestaties (Wom) en steunt op een politieadvies om de demonstratie tijdens vier grootschalige evenementen te verbieden ter voorkoming van wanordelijkheden.
De rechtbank vond dat verweerder redelijk en zorgvuldig heeft gehandeld, dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van eiser [A], en dat het verbod proportioneel is. Het beroep van [A] werd daarom ongegrond verklaard, terwijl het beroep van het samenwerkingsverband niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het samenwerkingsverband Occupy Rotterdam wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van een lid ongegrond verklaard.