ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0117
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing boetebeding bij onderneming in bedrijfsruimte na beëindiging huurovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Havensteder en een huurder over de uitleg en toepassing van een boetebeding in een beëindigingsovereenkomst van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte.
Havensteder vordert betaling van een boete van €32.000 en dagelijkse boetes van €300 wegens overtreding van een beding dat gedaagde verbood tot 1 januari 2015 een onderneming te voeren in het gebied Mathenesserkwartier. Gedaagde voert een onderneming in een bedrijfsruimte in dat gebied en betwist dat hij het beding heeft overtreden, stelt dat de onderneming al bestond en dat Havensteder geen belang heeft bij de vordering.
De rechtbank stelt dat Havensteder de bewijslast draagt voor de uitleg van het boetebeding en dat voorshands is vastgesteld dat partijen zijn overeengekomen dat gedaagde tot 2015 geen onderneming in het gebied mocht voeren. Gedaagde krijgt gelegenheid tot tegenbewijs. Het beroep op matiging van de boete en op strijd met redelijkheid en billijkheid wordt voorlopig afgewezen. De beslissing wordt aangehouden voor bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en laat gedaagde toe tot het leveren van tegenbewijs over de uitleg en toepassing van het boetebeding.