ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0279
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Uitleg en beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte na onderhandelingen en opzegging
In deze zaak staat de uitleg van een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte centraal, waarbij partijen verschillen van mening zijn over de duur van de huurverlenging na de eerste periode van vijf jaar.
De huurovereenkomst werd oorspronkelijk voor vijf jaar gesloten met stilzwijgende verlenging voor nog eens vijf jaar. Na opzegging door eiseres in 2004 volgden onderhandelingen over verlenging en huurprijs, vastgelegd in een brief en later een tweede allonge. Deze allonge bevatte bepalingen over een mogelijke verlenging van twee jaar na 2010, mits tijdig kenbaar gemaakt.
Gedaagde stelt dat door het nalaten van een tijdige mededeling de huur stilzwijgend met vijf jaar werd verlengd tot 2015. Eiseres betwist dit en wijst op de onderhandelingsgeschiedenis en het Haviltex-arrest, dat de contractuele bedoeling en redelijke verwachtingen van partijen centraal stelt.
De kantonrechter volgt eiseres en oordeelt dat de overeenkomst per 1 juli 2012 rechtsgeldig is geëindigd. Daarnaast wordt een gebruiksvergoeding toegewezen voor het gebruik van het gehuurde na die datum, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat eiseres door het standpunt van gedaagde niet elders goedkoper kon huren.
De kosten van het geding worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: De huurovereenkomst is per 1 juli 2012 rechtsgeldig geëindigd en eiseres moet een gebruiksvergoeding betalen voor het gebruik daarna.