ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0333

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
416881 / HA RK 13-49
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking buiten behandeling wegens niet-ontvankelijkheid na eindbeslissing verzet

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. I. Bouter, rechter in team handel, afdeling privaatrecht van de rechtbank Rotterdam. Dit verzoek kwam nadat zij bij vonnis van 9 januari 2013 niet-ontvankelijk was verklaard in het door haar ingestelde verzet tegen een verstekvonnis van 16 november 2011. Omdat de behandeling van de zaak daarmee was geëindigd, kon het wrakingsverzoek niet meer worden toegewezen.

De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is tegen een rechter die nog een zaak behandelt. De comparitie van partijen was onder leiding van mr. Bouter, maar feitelijk gehouden door een stafjurist die geen rechter is, zodat het verzoek feitelijk op mr. Bouter betrekking had. Het verzoek werd ingediend na de einduitspraak, waardoor het doel van wraking niet meer kon worden bereikt.

Verzoekster had bovendien niet binnen de gestelde termijn bevestigd dat zij een rechter wilde wraken, ondanks aanwijzingen van de wrakingskamer. De rechtbank stelde het verzoek tot wraking daarom buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van mr. I. Bouter is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
zaaknummer / rekestnummer: 416881 /HA RK 13-49
Beslissing van 29 januari 2013
op het verzoek tot wraking ex artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de zaak met kenmerk 98752/ HA ZA 12-2159 van
[naam verzoekster],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in binnen- en buitenland,
verzoekster,
in rechte niet langer vertegenwoordigd.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. I. Bouter,
rechter in team handel, afdeling privaatrecht van deze rechtbank.
1. Het procesverloop
1.1 Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het op 17 januari 2013 per fax ontvangen verzoek tot wraking,
- het griffiedossier van de zaak met het kenmerk 98752/ HA ZA 12-2159 met onder meer het op 9 januari 2013 gewezen vonnis,
- de op 10 december 2012 ter griffie binnengekomen fax van verzoekster, gedateerd 7 december 2012,
- de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoekster van 12 december 2012,
- de op 4 januari 2012 ter griffie binnengekomen fax van verzoekster, gedateerd 3 januari 2013,
- de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoekster van 8 januari 2013.
2. De beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben; dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2 De op 26 oktober 2012 gehouden comparitie van partijen heeft plaatsgevonden onder leiding van mr. I. Bouter, maar is feitelijk, met goedkeuring van partijen, gehouden voor [naam]. Laatstgenoemde is geen rechter, maar een bij de rechtbank werkzame stafjurist die deelneemt aan de procedure "interne doorstroom naar rechterschap". Zoals hiervoor is overwogen kunnen alleen rechters die een zaak behandelen worden gewraakt. Het verzoek tot wraking wordt derhalve aangemerkt als een verzoek tot wraking van mr. Bouter.
2.3 Bij het vonnis van 9 januari 2013 is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde verzet tegen het op 16 november 2011 tegen haar gewezen verstekvonnis. Deze beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak met het kenmerk 98752/ HA ZA 12-2159 door de rechter is geëindigd.
2.4 Het verzoek tot wraking van verzoekster is na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend. De op 10 december 2012 en 4 januari 2013 ontvangen faxen van verzoekster geven geen aanleiding tot een ander oordeel, nu zij bij brief van de algemeen secretaris op de onduidelijkheid van haar fax van 10 december 2012 is gewezen en ondanks uitdrukkelijk verzoek niet binnen de daarvoor geboden termijn heeft bevestigd dat zij een rechter wilde wraken. Uit de op 4 januari 2013 ontvangen fax blijkt, ook wanneer die wordt gelezen in samenhang met de fax van 10 december 2012, evenmin dat verzoekster een rechter wilde wraken.
2.5 Uit het vorenstaande volgt dat mr. Bouter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan, zodat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot wraking van mr. Bouter en het verzoek buiten behandeling dient te worden gesteld.
3. De beslissing
De rechtbank:
stelt het verzoek tot wraking van mr. I. Bouter wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling.
Deze beslissing is genomen door mr. G.A.F.M. Wouters, mr. M.G.L. de Vette en mr. A.J.E. Cartigny en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2013.