ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0391

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/2150
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • Puite
  • De Knoop
  • Poppe-Gielesen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 SvArt. 177a SvStb. 2011, 601
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Raadkamer verklaart zich onbevoegd tot behandeling bezwaarschrift processtukken en verwijst naar rechter-commissaris

De rechtbank Rotterdam heeft op 1 februari 2013 in een meervoudige raadkamer uitspraak gedaan over een bezwaarschrift van de betrokkene gericht op het verkrijgen van auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor van de aangever.

De verdediging vorderde dat deze opnamen als processtuk aan het dossier zouden worden toegevoegd zodat de betrokkene en zijn raadsman deze konden inzien en een gedragsdeskundige konden inschakelen voor beoordeling van de verklaring van de aangever. De officier van justitie stelde zich primair op het standpunt dat de raadkamer niet bevoegd was om over het bezwaarschrift te beslissen, omdat per 1 januari 2013 de Wet herziening regels inzake processtukken in werking was getreden.

De nieuwe wetgeving bepaalt dat dergelijke bezwaarschriften voortaan door de rechter-commissaris moeten worden behandeld, omdat deze over het volledige dossier kan beschikken en een volledige toetsing kan uitvoeren. De raadkamer verklaarde zich daarom onbevoegd en bepaalde dat het bezwaarschrift wordt doorgezonden aan de rechter-commissaris. De betrokkene was, hoewel opgeroepen, niet verschenen bij de zitting.

Uitkomst: De raadkamer verklaart zich onbevoegd en verwijst het bezwaarschrift naar de rechter-commissaris.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Parketnummer: 10/711131-12
Raadkamernummer: 12/2150
Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het bezwaarschrift ex artikel 32 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van de betrokkene:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],
voor deze zaak domicilie kiezende te Rotterdam, Mathenesserlaan 214,
ten kantore van zijn raadsman mr. O.J. Much.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 27 december 2012 ter griffie van de rechtbank ingekomen bezwaarschrift. De rechtbank heeft op 29 januari 2013 in besloten raadkamer gehoord de officier van justitie, mr. Vreugdenhil, en de raadsman. De betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Standpunt verdediging
Het bezwaarschrift strekt ertoe dat zal worden bevolen dat de auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor van de aangever aan de verdediging ter beschikking wordt gesteld en als processtuk aan het dossier wordt toegevoegd, zodat de betrokkene ook zelf kennis kan nemen van dit verhoor en de verdediging eventueel een gedragsdeskundige kan benaderen ter beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de raadkamer onbevoegd is op het bezwaarschrift te beslissen. Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet herziening van de regels inzake processtukken in werking getreden. Het bezwaarschrift is op de voet van artikel 32 Sv Pro, zoals deze bepaling luidde voor de inwerkingtreding van de laatstgenoemde wet, ingediend. Echter, doordat er geen overgangsbepaling in deze wet is opgenomen, dienen de nieuwe bepalingen te worden toegepast bij de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift. Ingevolge de nieuwe wetgeving dient het onderhavige bezwaarschrift derhalve bij de rechter-commissaris te worden ingediend en door de rechter-commissaris te worden behandeld.
De officier van justitie heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor van de aangeefster geen processtuk betreft en er derhalve geen sprake is van onthouding.
Bevoegdheid
Het bezwaarschrift onthouding processtukken is op 27 december 2012 bij de rechtbank ingekomen. Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet herziening van de regels inzake processtukken in strafzaken (Stb. 2011, 601, hierna: de wet) in werking getreden en luidt artikel 32 Sv Pro als volgt:
Artikel 32 Sv Pro
1. De verdachte kan van de stukken waarvan hem de kennisneming is toegestaan, ten parkette of ter griffie afschrift krijgen; doch het onderzoek mag daardoor niet worden opgehouden.
2. In het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, kan de officier van justitie bepalen dat van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen afschrift wordt verstrekt. Indien tijdens het onderzoek ter terechtzitting nog stukken bij de processtukken worden gevoegd, kan het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd ambtshalve, op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de verdachte of van de benadeelde partij overeenkomstig de voorgaande volzin beslissen.
3. De verdachte wordt in het geval, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, schriftelijk medegedeeld dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen afschrift wordt verstrekt.
4. De verdachte kan binnen veertien dagen na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het derde lid, daartegen een bezwaarschrift indienen bij de rechter-commissaris. Alvorens te beslissen, hoort de rechter-commissaris de officier van justitie.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van afschriften en uittreksels en over de wijze waarop de kennisneming van processtukken plaatsvindt.
Blijkens de Memorie van Toelichting (TK vergaderjaar 2009-2010, 32 468, nr. 3, pag. 8) is overwogen dat de bezwaarschriftprocedure bij de raadkamer niet in alle opzichten voldoet, nu de raadkamer niet beschikt over de bevoegdheid om zelf overlegging van stukken te bevelen, almede de raadkamer niet beschikt over het volledige dossier zodat de toetsing beperkt is. Door overheveling van de bezwaarschriftprocedure van de raadkamer naar de rechter-commissaris wordt het mogelijk een volledige toetsing te realiseren, nu artikel 177a Sv regelt dat de rechter-commissaris over alle relevante stukken kan beschikken. De nieuwe regeling is dan ook gunstiger voor betrokkene.
Uit de Memorie van Antwoord blijkt voorts dat door de wetgever is overwogen om regels van overgangsrecht te ontwerpen, maar dat hiervan is afgezien wegens de onmiskenbare verbetering die de nieuwe wetgeving oplevert ten opzichte van de situatie tot 1 januari 2013 (Kamerstukken I, 2011-2012, 32468, C, pag. 2 en 3). Nu voormelde wet geen bepalingen bevat inzake het overgangsrecht, moet worden aangenomen dat de bovenvermelde bepalingen van – onder meer – artikel 32 Sv Pro bij de invoering van de wet onmiddellijk in werking zijn getreden.
Ingevolge artikel 32, vierde lid, Sv is de rechter-commissaris derhalve bevoegd te beslissen op het onderhavige bezwaarschrift.
Beslissing
De raadkamer:
verklaart zich onbevoegd tot de behandeling van het bezwaarschrift;
bepaalt dat de griffier het bezwaarschrift doorzendt aan de rechter-commissaris.
Deze beschikking is gegeven door:
mr. Puite, voorzitter,
mrs. De Knoop en Poppe-Gielesen, rechters,
in tegenwoordigheid van Lubbers en mr. Kegreisz, griffiers,
en uitgesproken op 1 februari 2013.