ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1109
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding proceskosten na herroeping boetebesluit Mededingingswet
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van verweerder waarin een boete wegens overtreding van de Mededingingswet werd herroepen en een forfaitaire proceskostenvergoeding van €874 werd toegekend, maar zij vorderde vergoeding van daadwerkelijke kosten van advocaat en een economisch rapport ter hoogte van ruim €157.000.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen expliciet verzoek om vergoeding van daadwerkelijke kosten in de bezwaarfase had gedaan, en verweerder ook niet had hoeven begrijpen dat een dergelijk verzoek was gedaan. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die verweerder ambtshalve tot een ruimere vergoeding verplichtten.
De rechtbank verwees naar de wettelijke systematiek van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarin een forfaitaire vergoeding uitgangspunt is en alleen bij bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak bevestigt de toepassing van het forfaitaire systeem en benadrukt dat een verzoek tot een bovenforfaitaire vergoeding expliciet moet worden gedaan en onderbouwd. Het belang van rechtszekerheid en de juiste toepassing van proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures worden hiermee gewaarborgd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat alleen de forfaitaire proceskostenvergoeding toekomt.