ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1112
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende zeggenschap eiser over waterbassin
Eiser kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 4.1 van de Keur door het plaatsen van een waterbassin binnen de onderhoudsstrook van een hoofdwatergang. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank overwoog dat het onderhoud van de hoofdwatergang bij verweerder berust en dat een onderhoudsstrook van minimaal vier meter breed noodzakelijk is voor machinaal onderhoud. Het bassin beperkt deze strook tot circa 2,5 meter, waardoor machinaal onderhoud niet meer mogelijk is en het onderhoud duurder en minder doelmatig wordt.
Hoewel verweerder eiser als overtreder aanmerkte omdat hij bestuurder is van het bedrijf dat het perceel gebruikt, stelde de rechtbank vast dat eiser geen eigenaar is en het niet duidelijk is of hij de last onder dwangsom kan uitvoeren. De eigenaar van het perceel en het bassin is een ander, die ook de werkzaamheden heeft laten uitvoeren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft voorbereid en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot oplegging van een last onder dwangsom aan eiser wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van zijn zeggenschap over het waterbassin.