ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1119
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering die door de gemeente Rotterdam werd herzien en ingetrokken omdat zij niet hadden gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Verweerder stelde dat eiser en eiseres hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, wat leidde tot het onweerlegbare rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding.
De rechtbank oordeelde dat het criterium van hoofdverblijf in dezelfde woning en wederzijdse zorg was voldaan, mede gebaseerd op buurtonderzoeken, waarnemingen, en administratieve gegevens. De leeftijd van het jongste kind was niet relevant voor het toepassen van het rechtsvermoeden.
Hierdoor was de bijstand ten onrechte verleend en mocht de gemeente de kosten terugvorderen van zowel eiseres als eiser, die hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld. De beroepen van eisers werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstandskosten is gerechtvaardigd.