ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1424
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor kredietschuld van een BV bevestigd
De zaak betreft een kredietovereenkomst tussen Deltacon ISC B.V. en ABN AMRO Bank N.V., waarvan Deutsche Bank Nederland N.V. rechtsopvolger is. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de kredietschuld van Deltacon. Deutsche Bank vordert betaling van €43.795,91 plus variabele rente vanaf 1 januari 2012.
Gedaagden voerden verweer dat Deutsche Bank haar zorgplicht jegens hen had geschonden door onvoldoende actie te ondernemen tegen Deltacon en dat een betalingsregeling voor onbepaalde tijd was overeengekomen. De rechtbank oordeelt dat de zorgplicht niet vereist dat Deutsche Bank eerst Deltacon aanspreekt of haar zekerheden uitwint voordat zij gedaagden aanspreekt, en dat het verweer dat de betalingsregeling onbepaalde duur had niet stand houdt omdat gevraagde informatie niet werd verstrekt.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de gevorderde som vermeerderd met rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de kredietschuld en proceskosten.