ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1903
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wijziging liquiditeitseis bij Europese aanbesteding Wmo hulpmiddelen
De zaak betreft een Europese openbare aanbesteding voor een raamovereenkomst tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel voor de levering van Wmo hulpmiddelen. De gemeente stelde als selectiecriterium een gemiddelde liquiditeit (current ratio) van 1,00 over de laatste drie afgesloten boekjaren. Vegro, een inschrijver, voldeed hier met een ratio van 0,96 net niet aan en verzocht de rechtbank om deze eis te verlagen naar 0,50.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij het stellen van eisen aan financiële draagkracht en dat de eis van 1,00 in redelijke verhouding staat tot de aard en omvang van de opdracht. De huidige eis valt binnen de bandbreedte van wat gebruikelijk is bij dergelijke aanbestedingen, zoals blijkt uit vergelijkbare aanbestedingen waarbij ook een eis van 1,00 werd gesteld.
Verder is het hanteren van objectieve en duidelijke criteria noodzakelijk om het gelijkheidsbeginsel te waarborgen. Het afronden van de liquiditeit van 0,96 naar 1,00 is niet toegestaan omdat dit de gelijkheid tussen inschrijvers zou schenden. Ook het argument dat sommige partijen met kortere referentieperiodes minder strenge eisen zouden krijgen, wordt verworpen omdat daarvoor geen bewijs is geleverd.
De rechtbank wijst de vorderingen van Vegro af en veroordeelt haar in de proceskosten. Welzorg, de beoogd gegunde partij, wordt toegelaten als tussenkomende partij. De vordering van Welzorg om de gemeente te gebieden de opdracht definitief aan haar te gunnen wordt afgewezen omdat dit in strijd is met het contractvrijheidsbeginsel.
Uitkomst: De vordering van Vegro om de liquiditeitseis te verlagen wordt afgewezen en haar inschrijving terecht uitgesloten.