ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1944
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kort geding over onterecht non-actiefstelling van algemeen directeur bij reorganisatie
De zaak betreft een kort geding tussen [eiser], algemeen directeur van Air Trade Centre Nederland B.V., en zijn werkgever, die hem op 14 december 2012 per direct en zonder opgave van gegronde redenen op non-actief stelde. Air Trade Centre beriep zich op tegenvallende bedrijfsresultaten en een voorgenomen reorganisatie waarbij een managementlaag zou worden geschrapt.
[eiser] voerde aan dat hij sinds zijn indiensttreding in 2010 voortreffelijk had gefunctioneerd en dat de non-actiefstelling onnodig, diffamerend en schadelijk was voor zijn positie op de arbeidsmarkt. Hij vorderde in kort geding zijn onmiddellijke wedertewerkstelling, onder dreiging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het per direct en onverwacht op non-actief stellen een zeer ingrijpende maatregel is die niet zonder noodzaak mag worden genomen. Air Trade Centre kon niet aannemelijk maken dat de bedrijfsresultaten of reorganisatie zwaarder wegen dan het belang van [eiser] bij het afwachten van de ontbindingsprocedure vanuit een werkende situatie.
Hoewel het ontbindingsverzoek van Air Trade Centre mogelijk toewijsbaar is, rechtvaardigt dat niet de non-actiefstelling. De rechter oordeelde dat [eiser] een gerechtvaardigd belang heeft bij wedertewerkstelling en dat Air Trade Centre hem met ingang van 11 februari 2013 weer tot zijn werkzaamheden moet toelaten. Tevens werd een gematigde dwangsom opgelegd en Air Trade Centre veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Air Trade Centre moet [eiser] met ingang van 11 februari 2013 weer toelaten tot zijn werkzaamheden als algemeen directeur.