ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1972
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na niet-nakoming huurverplichtingen bevestigd door rechtbank
De huurder [eiser] huurt al circa 25 jaar een woning van Woonstad Rotterdam. Na een vonnis van de kantonrechter op 7 december 2012, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van huurachterstanden en ontbinding van de huurovereenkomst bij niet-betaling, is de ontruiming aangezegd.
[eiser] stelde dat de ontruiming niet mocht plaatsvinden vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder omgang met minderjarige kinderen, en vroeg om schorsing van de ontruiming. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren ingebracht in de eerdere procedure en dat er geen sprake was van een juridische of feitelijke misslag in het vonnis.
De rechtbank overwoog dat de omgangsregeling niet onmogelijk wordt door de ontruiming en dat de huurder onvoldoende heeft betaald en geen redelijk voorstel tot betaling heeft gedaan. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat Woonstad geen misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executie.
De vordering tot schorsing van de ontruiming werd afgewezen en [eiser] werd veroordeeld in de proceskosten. De ontruiming kon op 10 januari 2013 doorgang vinden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de ontruiming af en bevestigt dat de ontruiming op 10 januari 2013 kan doorgaan.