ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2100
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens onbevoegdheid en gebrek aan motivering
Op 25 januari 2013 diende de vader van een vrouw een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Rotterdam, waarbij hij zich voordeed als haar vertegenwoordiger. Het verzoek betrof het handelen of nalaten van de rechtbank met betrekking tot een BOPZ-opname van zijn dochter.
De rechtbank stelde vast dat de vader als bewindvoerder slechts bevoegd is het vermogen van zijn dochter te beheren en niet bevoegd is haar te vertegenwoordigen in andere zaken, zoals de BOPZ-kwestie. Bovendien bleek uit het wrakingsverzoek niet dat hij een bijzondere volmacht had om het verzoek in te dienen.
Daarnaast was het wrakingsverzoek niet gemotiveerd en betrof het een andere bestuursrechtelijke procedure dan die welke door de rechter werd behandeld. Hierdoor was het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank besloot het wrakingsverzoek buiten behandeling te stellen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. De beslissing werd op 11 februari 2013 door een meervoudige kamer uitgesproken en ondertekend door de voorzitter en twee rechters.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.