ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2102
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- H. van Lokven-van der Meer
- E.D. Rentema
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek gehele rechtbank Rotterdam buiten behandeling wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft bij gelegenheid van zijn conclusie van antwoord een wrakingsverzoek ingediend tegen de gehele rechtbank Rotterdam in een civielrechtelijke procedure. Hij stelde dat de wederpartij werd bijgestaan door een advocaat die tevens kantonrechter-plaatsvervanger is binnen dezelfde rechtbank, waardoor volgens hem de schijn van partijdigheid werd gewekt.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een of meer individuele rechters die de zaak behandelen, en niet tegen de rechtbank in haar geheel. Bovendien wees het verzoek niet een specifieke rechter aan noch beschreef het handelen of nalaten dat de onpartijdigheid zou schaden.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld. De beslissing werd op 15 februari 2013 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam uitgesproken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen gehele rechtbank Rotterdam wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.