ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2102

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
418298 / HA RK 13-104
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek gehele rechtbank Rotterdam buiten behandeling wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoeker heeft bij gelegenheid van zijn conclusie van antwoord een wrakingsverzoek ingediend tegen de gehele rechtbank Rotterdam in een civielrechtelijke procedure. Hij stelde dat de wederpartij werd bijgestaan door een advocaat die tevens kantonrechter-plaatsvervanger is binnen dezelfde rechtbank, waardoor volgens hem de schijn van partijdigheid werd gewekt.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een of meer individuele rechters die de zaak behandelen, en niet tegen de rechtbank in haar geheel. Bovendien wees het verzoek niet een specifieke rechter aan noch beschreef het handelen of nalaten dat de onpartijdigheid zou schaden.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld. De beslissing werd op 15 februari 2013 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam uitgesproken.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen gehele rechtbank Rotterdam wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Uitspraak: 15 februari 2013
Zaaknummer: 418298
Rekestnummer: HA RK 13-104
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [adres],
verzoeker,
advocaat mr. A.P. Hovinga,
strekkende tot wraking van de gehele rechtbank Rotterdam.
1. Het procesverloop en de processtukken
Bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, is in behandeling de door [naam eiseres] als eiseres tegen verzoeker als gedaagde ingestelde civielrechtelijke vordering, welke procedure als kenmerk heeft 400753 / HA ZA 12-392.
Bij gelegenheid van zijn conclusie van antwoord heeft verzoeker de gehele rechtbank Rotterdam gewraakt.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevinden:
- de inleidende dagvaarding d.d. 25 april 2012 en
- de conclusie van antwoord d.d. 6 februari 2013.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - dat eiseres in de civielrechtelijke procedure wordt bijgestaan door advocaat mr. Chr.W.L. Veen, die tevens kantonrechter-plaatsvervanger is te Brielle, terwijl het kantongerecht Brielle deel uitmaakt van de rechtbank Rotterdam. De wederpartij van verzoeker wordt derhalve bijgestaan door een collega van de rechter, die over de zaak heeft te oordelen. Daarmee wordt de schijn van partijdigheid gewekt en dat is in strijd met het fundamentele uitgangspunt dat de rechter (zowel subjectief als objectief) onafhankelijk dient te zijn. Daarbij komt volgens verzoeker dat het geschil tussen verzoeker en zijn wederpartij een geschil betreft tussen verzoeker en een verbalisant. Nu een verbalisant een overheidsdienaar is en ook de rechtbank een overheidsorgaan is, dient des te meer gewaakt te worden voor de schijn van vooringenomenheid.
2.2
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek tot wraking van de gehele rechtbank Rotterdam vindt geen grond in de wet, nu gelet op voornoemd wetsartikel een wrakingsverzoek alleen gericht kan zijn tegen rechters of een rechter die een zaak behandelen of behandelt en niet tegen de rechtbank in haar geheel. Het verzoek wijst niet een rechter aan die de zaak van verzoeker behandelt en omschrijft evenmin een handelen of nalaten van die rechter, op grond waarvan de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3
Op grond van het vorenstaande is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wordt om die reden buiten behandeling gesteld.
3. De beslissing
stelt het verzoek tot wraking van de gehele rechtbank Rotterdam wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven op 15 februari 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. H. van Lokven-van der Meer en mr. E.D. Rentema, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.