ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2121
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechters rechtbank Rotterdam in strafzaak minderjarige
In deze zaak zijn twee wrakingsverzoeken ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team jeugd, die betrokken waren bij een strafzaak tegen een minderjarige verzoeker. De verzoeken betroffen met name de afwijzing van het verzoek om een verbalisant opnieuw als getuige te horen tijdens de terechtzitting.
Verzoeker stelde dat de verbalisant niet de waarheid had gesproken tijdens een eerder verhoor bij de rechter-commissaris en dat de verdediging onvoldoende gelegenheid had gehad om vragen te stellen. Tevens werd aangevoerd dat het proces-verbaal van de terechtzitting onvolledig en onjuist was, wat de onpartijdigheid van de rechters zou aantasten.
De rechters en het Openbaar Ministerie voerden aan dat de wrakingsverzoeken feitelijk geen grond hadden, omdat het ging om inhoudelijke bezwaren tegen beslissingen die geen reden voor wraking vormen. De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of onpartijdigheidsschending, en dat de beslissingen niet onbegrijpelijk waren.
Daarom werden beide wrakingsverzoeken afgewezen. De rechtbank benadrukte dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen reden is voor wraking, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid die kan verklaren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de wrakingsverzoeken af wegens gebrek aan feitelijke grondslag en onbegrijpelijkheid van beslissingen, zonder aanwijzingen voor vooringenomenheid.