ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2123
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid en ontvankelijkheid van bezwaar tegen SISA-signaleringsregistratie
Eisers, ouders van een kind dat in het SISA-signaleringssysteem is opgenomen, maakten bezwaar tegen deze registratie. De registratie volgde op signalen van politie en Bureau Jeugdzorg. De brief van 14 november 2011, waarin eisers bezwaar maakten, werd door verweerder niet als bezwaarschrift erkend, maar als een verzoek op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Eisers dienden vervolgens een brief van 31 januari 2012 in, die verweerder niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 14 november 2011 inderdaad geen bezwaarschrift in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, maar een verzoek op grond van artikel 36 van Pro de Wbp. Het bezwaar van 31 januari 2012 is echter tijdig ingediend, aangezien de bezwaartermijn aanving op 21 december 2011, de dag na ontvangst van het besluit van 7 december 2011. Verweerder kon niet aantonen dat het besluit eerder was verzonden.
Daarnaast is geoordeeld dat er geen dwangsom is verbeurd wegens te late beslissing op het verzoek van 14 november 2011, omdat verweerder binnen de wettelijke termijn heeft gereageerd na ontvangst van een ingebrekestelling. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar.