ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2294
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over beslaglegging en vaststellingsovereenkomst tussen ex-werkgever en ex-werknemer
De zaak betreft een executiegeschil tussen een ex-werkgever en ex-werknemer over de tenuitvoerlegging van een vonnis en een vaststellingsovereenkomst. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon en de werkgever had daarop executoriaal beslag gelegd op bankrekeningen van de werknemer.
De rechtbank stelt vast dat de vaststellingsovereenkomst van januari 2009 het eerdere vonnis van augustus 2008 omvat en dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend. De werknemer heeft echter pas in 2012 een openstaande vordering uit hoofde van het vonnis geclaimd, wat onwaarschijnlijk is gezien het eerdere gedrag.
Er is onzekerheid over de afdracht van loonheffing door de werkgever over het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen bedrag. De belastingdienst heeft een naheffing opgelegd aan de werknemer. De rechtbank oordeelt dat de werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat loonheffing is voldaan, waardoor de werknemer een belang heeft bij executie.
De rechtbank beveelt daarom de gedeeltelijke opheffing van het beslag voor zover het bedrag van € 5.500,00 inclusief rente en kosten wordt overschreden. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor niet-naleving en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt gedeeltelijke opheffing van het beslag en schorst de executie van het vonnis van 1 augustus 2008.