ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2318
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over vrijgave escrowbedrag in verband met zeearbeidsovereenkomsten
De zaak betreft een kort geding tussen meerdere B.V.'s (de Rederijen en LWI Holding) en een groep bemanningsleden (Crew Members) over de vrijgave van een bedrag van € 950.000,00 dat in escrow is gehouden. Dit bedrag diende als zekerheid voor mogelijke verplichtingen uit hoofde van vermeende zeearbeidsovereenkomsten tussen de Rederijen en de bemanningsleden.
De Rederijen en LWI vorderden dat de bemanningsleden het bedrag vrijgeven, stellende dat een beschikking van de kantonrechter van 11 december 2012 heeft vastgesteld dat er geen zeearbeidsovereenkomsten bestaan. De bemanningsleden betwistten dit en stelden dat zij nog procedures voorbereiden om alsnog een onherroepelijke rechterlijke uitspraak te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat de escrowovereenkomst (Escrow Agreement) als vaststellingsovereenkomst geldt en dat vrijgave van het bedrag slechts kan plaatsvinden na een onherroepelijke en niet-beroepelijke rechterlijke uitspraak of arbitraal vonnis. De beschikking van 11 december 2012 is niet in kracht van gewijsde gegaan en de bemanningsleden hebben nog mogelijkheden tot procedure. De stelling van misbruik van recht door het vasthouden aan het escrowbedrag werd verworpen.
Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde de Rederijen en LWI in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot vrijgave van het escrowbedrag wordt afgewezen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.