ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2561
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming vaststellingsovereenkomst bodemverontreiniging wegens verjaring
Eiseres heeft met de rechtsvoorgangster van Chevron een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin Chevron zich verbond tot sanering van bodemverontreiniging op een perceel. De sanering is uitgevoerd conform een goedgekeurd saneringsplan, maar er bleef restverontreiniging achter. Eiseres vordert nakoming van de overeenkomst door Chevron.
Chevron voert verjaring aan en stelt dat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan door uitvoering van de sanering conform het saneringsplan, dat door de bevoegde provincie is goedgekeurd. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot nakoming verjaard is, omdat deze vijf jaar na opeisbaarheid niet is ingesteld en geen stuitingshandelingen zijn verricht.
De rechtbank overweegt dat de vordering opeisbaar werd 30 dagen na definitieve goedkeuring van het saneringsplan door de provincie in 2002, waarna de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen. Zelfs bij aanvang van de feitelijke sanering in 2003 is de vordering in 2008 verjaard. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst is afgewezen wegens verjaring.