ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2572
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en herstelgeschil over meerwerk bij aannemingsovereenkomst woningverbouwing
In deze zaak staat een geschil tussen een aannemer en een opdrachtgever centraal over de betaling van meerwerk en het herstel van vermeende gebreken bij een woningverbouwing. De aannemer heeft een overeenkomst gesloten voor verbouwingswerkzaamheden en factureerde een bedrag dat hoger is dan de oorspronkelijke offerte wegens meerwerk. De opdrachtgever betwist de specificatie en redelijkheid van dit meerwerk en vordert herstel van gebreken.
De rechtbank oordeelt dat de aannemer voldoende gespecificeerde begrotingen en facturen heeft overgelegd waaruit het meerwerk blijkt. De opdrachtgever heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat dit meerwerk is uitgevoerd en dat de prijs redelijk is. De vordering tot betaling wordt daarom grotendeels toegewezen, met een kleine correctie voor onterecht gefactureerd meerwerk.
De vordering tot herstel van gebreken wordt afgewezen omdat de opdrachtgever onvoldoende bewijs heeft geleverd van tekortkomingen. Ook het beroep op opschorting van betaling wordt verworpen vanwege de geringe omvang van het betwiste bedrag. De proceskosten worden aan de zijde van de aannemer toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van € 21.109,64 met rente en wijst de vordering tot herstel van gebreken af.