ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2719
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving parkeren vrachtwagen op woonperceel in strijd met bestemmingsplan
Eiser parkeerde een vrachtwagen op zijn woonperceel ten behoeve van zijn transportbedrijf. Verweerder legde een last onder dwangsom op om dit te beëindigen, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan dat de gronden bestemde voor woondoeleinden.
De rechtbank stelde vast dat het parkeren van de vrachtwagen als bedrijfsmatige activiteit kwalificeert en daarmee niet past binnen de woonbestemming zoals omschreven in artikel 10 van Pro het bestemmingsplan. Eerder door verweerder ingenomen standpunten om niet te handhaven werden niet als bindend beschouwd, mede omdat er geen concreet zicht op legalisatie was.
Eiser voerde aan dat handhaving in strijd was met rechtszekerheid en dat er bijzondere omstandigheden waren, zoals het ontbreken van bewaakte parkeerplaatsen en toezeggingen bij aankoop woning. Deze argumenten werden door de rechtbank niet gevolgd. De belangen van het woonkarakter en het bestemmingsplan prevaleerden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het handhavend optreden van verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard en het handhavend optreden bevestigd.