ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2866
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke huurovereenkomst wisselwoning bij stagnatie nieuwbouwproject
Gedaagde huurde een wisselwoning in het kader van een herstructureringsproject waarbij haar oude woning werd gesloopt. De huurovereenkomst was tijdelijk en bedoeld voor de periode tussen sloop en nieuwbouw. Door stagnatie in het project woonde gedaagde langer dan verwacht in de wisselwoning.
Woonstad bood gedaagde een nieuwe woning aan, die zij weigerde, waarna zij wenste te blijven in de wisselwoning. De kantonrechter oordeelde dat de tijdelijke huurovereenkomst eindigde toen gedaagde koos definitief in de wisselwoning te blijven, per 1 oktober 2011. Omdat geen nieuwe huurovereenkomst werd gesloten, verbleef gedaagde sindsdien zonder recht in de woning.
De vordering tot ontruiming en betaling van een schadevergoeding gelijk aan de streefhuur werd toegewezen. De kantonrechter stelde dat stagnatie in het bouwproject geen wijziging van de aard van de overeenkomst veroorzaakt en dat beleidswijzigingen omtrent huurprijs geen tekortkoming vormen. Het Sociaal Statuut werd als leidraad gehanteerd, waarbij gunstige bepalingen voor gedaagde worden toegepast.
Uitkomst: De tijdelijke huurovereenkomst eindigde per 1 oktober 2011; gedaagde moet ontruimen en schadevergoeding betalen.