ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3229
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding rookverbod in horecagelegenheid bevestigd
Eiser, exploitant van een horecagelegenheid, werd op 16 september 2011 tijdens een inspectie betrapt op het niet naleven van het rookverbod, doordat in een niet-afgesloten ruimte werd gerookt terwijl een barmedewerkster aanwezig was. De minister legde een bestuurlijke boete van €1.200 op wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, aangezien eiser eerder ook al een boete had ontvangen voor een soortgelijke overtreding.
Eiser voerde aan dat hij geen verwijt treft omdat klanten de deuren naar de rookruimte met een kruk blokkeren en dat bij eerdere controles de situatie anders was. De rechtbank oordeelde dat op eiser als werkgever een resultaatsverplichting rust en dat hij afdoende maatregelen had moeten nemen, zoals het instellen van een rookverbod of het weren van klanten die de deuren blokkeren.
De rechtbank stelde vast dat de boete conform de wettelijke tarieven was vastgesteld en dat er geen gronden waren voor matiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €1.200 wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard.