ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3710
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming koopovereenkomst wegens bestemmingsplanbeperking
In deze zaak stond centraal de koop van een pand dat door verkopers als woonhuis met praktijkruimte werd aangeboden, terwijl het geldende bestemmingsplan een bestemming 'Maatschappelijke- en Kantoordoeleinden' voorschreef, waardoor gebruik als woning niet toegestaan is. De koper heeft de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden nadat bleek dat het pand niet de bestemming 'wonen' had en financiering werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de verkoper verplicht is het pand vrij van bijzondere lasten en beperkingen te leveren, en dat de bestemming een dergelijke beperking vormt. De koper hoefde niet te onderzoeken dat het pand niet de woonbestemming had omdat de verkoper het pand als woning aanbood en de bestemming niet kenbaar was uit openbare registers. De brief van de gemeente dat het gebruik als woning wordt gedoogd, bood onvoldoende zekerheid.
De rechtbank achtte aannemelijk dat de koper de koopovereenkomst terecht heeft ontbonden en dat nakoming door koper op dit moment feitelijk onmogelijk is. De belangenafweging wees uit dat toewijzing van de vordering verkoper onredelijk zou zijn, mede omdat de koper een aanzienlijk belang heeft bij ontbinding en de verkoper de situatie zelf heeft veroorzaakt. De vorderingen van verkoper werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van verkoper af omdat het pand niet de bestemming 'wonen' heeft en de koper de koopovereenkomst terecht heeft ontbonden.