ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4085
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding en nakoming wegens maritieme lien op schip
In deze zaak vordert de nieuwe eigenaar van het schip, dat eerder door een andere partij werd geëxploiteerd, schadevergoeding en nakoming van een vordering voortvloeiend uit een Turkse maritime lien. De lien is vastgesteld in een Turks vonnis naar aanleiding van ladingschade die ontstond toen het schip nog eigendom was van de vorige eigenaar. De eiser stelt dat de cognossementsvervoerder onrechtmatig handelt door niet te voldoen aan de vordering van de gesubrogeerde ladingverzekeraar en dat daardoor beslag op het schip is gelegd.
De rechtbank stelt vast dat het Turkse vonnis geen veroordeling in personam inhoudt tegen de cognossementsvervoerder, maar slechts een declaratoire uitspraak over het verhaalsrecht op het schip. De aansprakelijkheid van de cognossementsvervoerder is niet onomstotelijk vastgesteld en het is niet onrechtmatig dat zij de ladingschadevordering niet voldoet, mede omdat de schuld mogelijk bij de vorige eigenaar ligt. Bovendien kan de overdracht van het schip aan de nieuwe eigenaar niet leiden tot verslechtering van de rechtspositie van de cognossementsvervoerder.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van de nieuwe eigenaar worden afgewezen en dat zij de proceskosten aan de zijde van de cognossementsvervoerder moet betalen. De inhoud van het Turkse recht inzake onrechtmatige daad is hierbij niet nader toegelicht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de nieuwe eigenaar af en veroordeelt haar in de proceskosten.