ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4169
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs non-concurrentiebeding thuiszorg
Eiseressen, twee thuiszorgaanbieders en voormalige leden van het samenwerkingsverband Plectrum, werden door verweerder beboet wegens overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet door het overeenkomen en toepassen van een non-concurrentiebeding. Verweerder stelde dat eiseressen afspraken hadden gemaakt om niet in elkaars werkgebied thuiszorg aan te bieden, wat de mededinging zou beperken.
De rechtbank onderzocht de aangehaalde documenten, waaronder notulen, verslagen en memo's, en concludeerde dat niet voldoende was komen vast te staan dat een dergelijk non-concurrentiebeding daadwerkelijk tussen partijen was overeengekomen en van kracht was. De rechtbank vond het aannemelijker dat de afspraken slechts op de toekomst zagen, in het kader van een franchiseconcept dat nooit operationeel is geworden.
Gezien het ontbreken van bewijs voor een geldend non-concurrentiebeding oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en vernietigde het. Tevens werd het primaire boetebesluit herroepen en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiseressen.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor mededingingsbeperkende afspraken en bevestigt dat toekomstige intenties zonder daadwerkelijke uitvoering onvoldoende zijn voor een overtreding van de Mededingingswet.
Uitkomst: Het bestreden boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van een geldend non-concurrentiebeding.