ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5042
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad en borgstelling bij faillissement
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin een kredietverstrekker ([eiseres]) twee bestuurders ([gedaagde 1] en [gedaagde 2]) aansprakelijk stelde wegens onrechtmatig handelen en borgstelling. De bestuurders hadden betalingen van debiteuren van een werkmaatschappij omgeleid naar een andere bankrekening, terwijl deze volgens de kredietovereenkomst op een rekening bij de kredietverstrekker hadden moeten worden ontvangen. Dit leidde tot misleiding en schade voor de kredietverstrekker.
De bestuurders betwistten aansprakelijkheid en stelden dat de financiële problemen mede veroorzaakt werden door de economische crisis, fraude door een werknemer en beëindiging van financiering door de kredietverstrekker. De rechtbank oordeelde echter dat het onrechtmatig handelen en de misleiding ernstig verwijtbaar waren en dat de kredietverstrekker hierdoor schade had geleden.
De rechtbank veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling van een voorschot op de schade van €310.000,00, tot betaling van borgstellingsbedragen van €150.000,00 elk, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De vordering tot vergoeding van overige buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
De uitspraak benadrukt dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn voor onrechtmatig handelen jegens kredietverstrekkers, ook bij complexe groepsstructuren en faillissementen, en dat misleiding en het omleiden van gelden zwaar wegen.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van voorschot schadevergoeding, borgstellingen, kosten en rente.