ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5096
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- W.J.J. Wetzels
- C.M.E. Russell-van der Hoeven
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter inzake aanwezigheid Bureau Jeugdzorg bij zitting ondertoezichtstelling
De rechtbank Rotterdam behandelde een wrakingsverzoek van verzoekster tegen mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, omdat zij bezwaar maakte tegen de aanwezigheid van een vertegenwoordigster van Bureau Jeugdzorg (BJz) tijdens een besloten zitting over het verzoek tot ondertoezichtstelling van haar minderjarige kinderen.
Verzoekster vreesde dat BJz, die al betrokken was bij een ouder kind van haar gezin, een negatieve invloed zou hebben op de beoordeling van de situatie van de jongere kinderen en dat de rechter daardoor niet neutraal zou zijn. De rechter stelde dat BJz slechts op uitnodiging aanwezig was en dat de aanwezigheid gebruikelijk is bij dergelijke zittingen, zonder dat dit de privacy van de kinderen schaadt of de onpartijdigheid van de rechter aantast.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, welke in dit geval ontbraken. De wettelijke bepalingen en het Procesreglement Civiel Jeugdrecht ondersteunen de toelating van BJz als professionele partij. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd op 15 maart 2013 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam uitgesproken, waarbij de onpartijdigheid van de rechter werd bevestigd en het belang van een zorgvuldige en gebruikelijke procedure werd benadrukt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter werd afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor onpartijdigheid.