ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5161

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 januari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
AWB 12/2823
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbFrequentiebesluitTelecommunicatiewetEuropees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen veilingprocedure vergunningen frequentieruimte

Eiser maakte bezwaar tegen het besluit waarbij bekend werd gemaakt dat vergunningen voor frequentieruimte in de 800, 900 en 1800 MHz-band via een veilingprocedure worden verdeeld. Dit Bekendmakingbesluit betreft de omvang, frequentiebanden, uitgifteprocedure en het tijdstip van de veiling. Eiser stelde dat hij belanghebbende is en dat het gebruik van elektromagnetische velden schadelijk is voor de gezondheid, waardoor hij bezwaar maakte tegen het geheel van het gebruik van deze frequenties.

De rechtbank overweegt dat het Bekendmakingbesluit niet gericht is op het beschermen van belangen zoals gezondheidseffecten van elektromagnetische velden. Volgens vaste jurisprudentie moet een belang rechtstreeks, actueel, objectief en persoonlijk zijn om als belanghebbende te worden aangemerkt. Dit is bij eiser niet het geval omdat zijn bezwaren niet rechtstreeks raken aan het Bekendmakingbesluit zelf.

Verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit alleen de veilingprocedure regelt en niet het daadwerkelijke gebruik van de frequenties. Het gebruik van elektromagnetische velden ontstaat pas later bij plaatsing van antennes en apparatuur. Het beroep van eiser tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is door de rechtbank ongegrond verklaard.

De uitspraak is gedaan door rechter A.I. van Strien en griffier S.M. Joseph op 10 januari 2013. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het Bekendmakingbesluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen rechtstreeks belang heeft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 12/2823
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2013 in de zaak tussen
[X], te [Y], eiser,
en
de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder,
gemachtigde: mr. A.C. Overduin.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder bekendgemaakt dat het verdelen van vergunningen voor frequentieruimte in de 800, 900 en 1800 MHz-band (het Bekendmakingbesluit) zal geschieden via de procedure van veiling.
Bij besluit van 22 mei 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2012. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door F.W. van Osselen.
Overwegingen
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen het Bekendmakingbesluit niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft verweerder overwogen dat eiser niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij dit besluit, nu zijn belang niet rechtstreeks bij dit besluit is betrokken.
Verweerder heeft aangegeven dat het Bekendmakingbesluit een bekendmaking is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Frequentiebesluit. Het Bekendmakingbesluit bepaalt dat de daarin genoemde vergunningen via een veiling worden uitgegeven en wanneer de procedure daartoe aanvangt. De eisen aan deelnemers en de regels die gelden voor de veilingprocedure zijn geregeld in de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz.
Eiser heeft bezwaar tegen het geheel van het aanbieden, uitgeven en het toestaan van gebruik van verschillende frequenties in welke vorm van draadloze techniek dan ook. Aangevoerd is - kort gezegd - dat gebruikmaking van elektromagnetische velden schadelijk is voor de gezondheid en dat dit gebruik derhalve niet zou mogen worden toegestaan.
Het toestaan van elektromagnetische velden zou een vorm van binnendringen zijn in het lichaam waarvoor geen toestemming is verleend. Dit zou in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het daaruit voortvloeiende voorzorgbeginsel en de Nederlandse Grondwet.
De belangen die eiser tracht te beschermen zijn volgens verweerder geen belangen die rechtstreeks worden geraakt door het Bekendmakingbesluit.
Eiser heeft in beroep betoogd dat hij wel degelijk belanghebbende is en dat verweerder ten onrechte zijn bezwaar tegen het Bekendmakingbesluit niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat een belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken als dat belang rechtstreeks wordt geraakt, objectief is, actueel is, en een eigen en persoonlijk belang is waarmee eiser zich van anderen onderscheidt.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet eiser niet aan deze vereisten.
Eisers bezwaren, die zien op de vermeende gevolgen van het gebruik van frequentieruimte, zijn geen belangen die het Bekendmakingbesluit beoogt te beschermen.
Het Bekendmakingbesluit heeft betrekking op de (omvang van de) uit te geven vergunningen en de frequentiebanden die het betreft, de uitgifteprocedure en het tijdstip waarop de gekozen uitgifteprocedure wordt gestart.
Aan de Telecommunicatiewet ligt ten grondslag dat er zo efficiënt mogelijk gebruik dient te worden gemaakt van het frequentiespectrum. Gebruik maken van elektromagnetische velden is daarbij het uitgangspunt. Elektromagnetische velden kunnen pas ontstaan door het daadwerkelijk gebruik maken van deze frequenties. Dit kan op zijn vroegst het geval zijn op het moment dat antennes zijn geplaatst en/of de randapparatuur wordt gebruikt.
Verweerder heeft derhalve terecht het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard,
Eisers beroep daartegen is ongegrond.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M. Joseph, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2013.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.