ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6002
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Beudeker
- Bade
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak zonder strafoplegging
Verzoekster werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten door de kantonrechter, met onherroepelijk vonnis op 14 december 2011. Zij verzocht de rechtbank om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor het indienen van het verzoek op grond van artikel 591a Sv.
De officier van justitie stelde dat de kosten voor rechtsbijstand niet daadwerkelijk ten laste van verzoekster waren gekomen zolang de factuur niet was voldaan, en betwistte de ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verwierp deze bezwaren: de betalingsverplichting aan de advocaat betekent dat de kosten wel degelijk ten laste zijn gekomen en het verzoek was tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om de kosten van de noodzakelijke verdediging, reiskosten en kosten voor het verzoek toe te kennen. De totale vergoeding werd vastgesteld op € 2.674,55, inclusief 5% kantoorkosten en 19% BTW.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Rotterdam op 19 februari 2013.
Uitkomst: Verzoekster ontvangt een vergoeding van € 2.674,55 voor kosten rechtsbijstand, reiskosten en het verzoek na vrijspraak.