ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6007
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor terugplaatsing TBS-gestelde naar gesloten afdeling
De verzoeker, een TBS-gestelde, werd op 8 december 2011 vanuit een transmurale verlofvoorziening teruggeplaatst naar een gesloten afdeling van de kliniek vanwege verdenking van een inbraak. Hij vroeg op grond van artikel 89 Sv Pro een vergoeding van €400,- voor immateriële schade door deze vrijheidsbeneming en op grond van artikel 591a Sv een vergoeding van €540,- voor kosten juridische bijstand.
De rechtbank oordeelde dat artikel 89 Sv Pro een beperkte regeling is die alleen schade ten gevolge van specifieke vrijheidsbenemende dwangmiddelen in strafzaken dekt. Omdat de terugplaatsing verband hield met de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde TBS-maatregel en niet met de strafzaak zelf, is analoge toepassing van artikel 89 Sv Pro niet gerechtvaardigd. De verzoeker werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding.
Ten aanzien van het verzoek op grond van artikel 591a Sv oordeelde de rechtbank dat de verzoeker wel ontvankelijk was, maar dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren om de kosten van het verzoekschrift te vergoeden, omdat deze kosten nodeloos waren gemaakt. Het verzoek tot vergoeding van juridische kosten werd daarom afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat het aan de wetgever is om een bredere regeling te treffen voor schadevergoeding in situaties zoals deze, verwijzend naar een nog niet ingediend conceptwetsvoorstel. De uitspraak werd gedaan door rechter De Jong op 19 februari 2013.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard en verzoek tot vergoeding kosten juridische bijstand afgewezen.