ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6074
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- J.W. van den Hurk
- R. Verschuur
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsovereenkomst en totaalverlies bij gezonken binnenschip
De VOF kocht in 2008 een binnenschip en sloot een verzekering af bij Onderlinge. Het schip zonk in februari 2009 en werd geborgen. Experts stelden de schade vast en berekenden reparatiekosten, waarbij discussie ontstond over de vraag of sprake was van totaal verlies volgens de polisvoorwaarden. De rechtbank oordeelde dat het rapport van de experts een bindende vaststelling van de schade vormt op grond van de polisvoorwaarden.
De rechtbank stelde vast dat de verzekerde waarde € 825.000 bedroeg en dat de reparatiekosten van € 632.495 meer dan 75% van deze waarde zijn, waarmee aan de polisvoorwaarden voor totaal verlies is voldaan. De verzekeraar moet daarom de verzekerde som uitkeren minus het eigen risico en de restwaarde van € 55.000. De bank en VOF zijn zelfstandig vorderingsgerechtigd en ontvingen een toewijzing van hun vorderingen.
De rechtbank wees de vordering tot vernietiging van het rapport wegens vermeend bedrog af wegens strijd met de goede procesorde. Kosten van de door eisers ingeschakelde expert blijven voor hun rekening, terwijl overige buitengerechtelijke kosten niet zijn toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Onderlinge wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens totaal verlies van het binnenschip.