ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6453
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting vertegenwoordigingsbevoegdheid bij overeenkomst taxatieopdracht
In deze zaak staat centraal of gedaagde bevoegd was om namens [x B.V.] een overeenkomst van opdracht te sluiten met eiseres voor het taxeren van vier panden. Eiseres heeft de taxaties uitgevoerd en factureerde €2.380,00, welke onbetaald bleef omdat [x B.V.] zich op het standpunt stelde dat gedaagde niet bevoegd was.
Gedaagde voerde aan dat zij in opdracht van een bestuurder handelde en dat [x B.V.] de contractspartij is. Eiseres stelde dat gedaagde geen volmacht had en bracht een brief van de gemachtigde van [x B.V.] in waaruit blijkt dat gedaagde niet bevoegd was. De kantonrechter stelt dat gedaagde zich als gevolmachtigde presenteerde en op grond van artikel 3:70 BW Pro instaat voor het bestaan en de omvang van haar volmacht.
Omdat onvoldoende is gebleken dat gedaagde daadwerkelijk bevoegd was, acht de kantonrechter het voorshands bewezen dat gedaagde niet bevoegd was, maar laat haar toe tegenbewijs te leveren. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een openbare terechtzitting voor bewijslevering en eventueel getuigenverhoor.
Uitkomst: De kantonrechter acht gedaagde voorshands niet bevoegd en staat haar toe tegenbewijs te leveren; de zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.