ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6614
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor toelating rundvlees uit Argentinië
Op 23 januari 2013 heeft de NVWA een besluit genomen om een partij rundvlees uit Argentinië, vervoerd in een container, de invoer in de EU te weigeren. Verzoeksters maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de partij alsnog toe te laten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en constateerde dat het verzoek op 7 maart 2013 werd ingediend, binnen de termijn van 60 dagen die was gesteld voor vervoer naar een derde land. Verzoeksters stelden dat zij in afwachting waren van contra-expertise met negatieve testresultaten en dat er nog een spoedeisend belang bestond.
De NVWA gaf aan dat de partij vlees op 4 maart 2013 was teruggezonden naar Argentinië en dat de partij was verzegeld en inmiddels op transport was. Ook was toestemming gevraagd om de partij in te vriezen, waardoor kwaliteitsvermindering geen zwaarwegende factor meer was.
De voorzieningenrechter merkte op dat verzoeksters niet reageerden op het verzoek om een reactie op de NVWA-berichtgeving. Gezien de terugzending van het vlees en het ontbreken van spoedeisend belang wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang omdat de partij rundvlees reeds is teruggezonden naar Argentinië.