ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6615
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking bestuurlijke boete door AFM
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om een bestuurlijke boete openbaar te maken nadat deze onherroepelijk is geworden. De boete werd opgelegd wegens bemiddeling zonder vergunning in strijd met artikel 2:80 Wft Pro.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had eerder geoordeeld dat AFM bevoegd was de boete op te leggen, dat de boete passend was en dat de openbaarmaking op grond van artikel 1:97 Wft Pro terecht was. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bezwaren tegen het bestreden besluit in wezen gelijk zijn aan eerder verworpen gronden tegen de eerdere openbaarmaking.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de wetgever heeft voorzien in dubbele publicatie bij boeteoplegging vanwege de tijd tussen oplegging en onherroepelijkheid. Daarnaast speelt een richtlijnconforme toepassing van EU-regels geen rol omdat de boete niet verband houdt met marktmisbruik of beleggingsondernemingen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van de bestuurlijke boete door AFM wordt afgewezen.