ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7946
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag directeur GSH Europe en loonvordering in kort geding
Op 1 januari 2010 trad eiser in dienst als directeur van GSH Europe. Hij was tevens statutair bestuurder, ingeschreven in het handelsregister sinds 1 augustus 2009. Op 22 januari 2013 werd hij door de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen als bestuurder en werknemer, waarna hij in kort geding loonvorderingen instelde.
Eiser stelde primair dat hij geen statutair bestuurder was vanwege het ontbreken van een benoemingsbesluit, en subsidiair dat het ontslagbesluit vernietigbaar was wegens schending van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een benoemingsbesluit in kort geding niet kon worden aangenomen en dat eiser niet op de aandeelhoudersvergadering verscheen uit eigen keuze.
De arbeidsrechtelijke opzegging werd als onregelmatig beoordeeld omdat deze met onmiddellijke ingang plaatsvond zonder toestemming UWV, wat niet vereist was voor bestuurders. GSH Europe is daarom schadeplichtig en moet het loon over de opzegtermijn van één maand betalen. De loonvordering van de Belgische en Zwitserse vennootschappen werd afgewezen. Proceskosten werden aan GSH Europe opgelegd.
Uitkomst: GSH Europe moet het loon over de opzegtermijn betalen wegens onregelmatige arbeidsrechtelijke opzegging.