ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8773
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep inzake vermeende mededingingsbeperking door CTE-groep op bergingsmarkt
Eiseressen hebben bij de ACM klachten ingediend over vermeende mededingingsbeperkende gedragingen van de CTE-groep, waaronder afspraken met alarmcentrales over hoge kortingen om eerste bergingsopdrachten te verkrijgen en verstoringen in de markt voor pechhulp en vervangend vervoer. De ACM heeft deze klachten afgewezen en de rechtbank heeft in eerdere procedures geoordeeld dat bepaalde beroepsgronden niet-ontvankelijk waren en terugverwezen naar bezwaar.
In het bestreden besluit heeft de ACM het bezwaar van eiseressen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft dit besluit getoetst en geoordeeld dat eiseressen onvoldoende feitelijke onderbouwing hebben geleverd voor hun stellingen. Bewijsmateriaal was summier, speculatief of viel buiten de reikwijdte van het geding. Ook de toezeggingen van de CTE-groep in het toezeggingsbesluit van 2012 betroffen interne concurrentie tussen leden en niet de door eiseressen gestelde marktverstoring.
Verder oordeelde de rechtbank dat de klacht over de onafhankelijkheid van de voorzitter van de hoorcommissie te laat was ingebracht en buiten beschouwing moest blijven. De rechtbank concludeert dat de ACM terecht heeft besloten het handhavingsverzoek niet te honoreren en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor mededingingsbeperkende gedragingen.