ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8995
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens niet tijdige indiening tegen kantonrechter Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.J.L.M. van der Wildt, kantonrechter te Rotterdam, naar aanleiding van opmerkingen die de rechter tijdens een comparitie op 4 maart 2013 maakte. Verzoeker stelde dat deze opmerkingen en verwijzingen naar een andere zaak van de wederpartij de vrees voor gebrek aan onpartijdigheid rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek volgens artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen een termijn moet worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd, aan verzoeker bekend zijn geworden. De feiten waren verzoeker bekend geworden tijdens de zitting van 4 maart 2013, maar het verzoek werd pas 11 dagen later, op 15 maart 2013, ingediend.
De rechtbank achtte het overleg tussen verzoeker en zijn raadsman en het maken van een afspraak geen geldige reden voor de late indiening. De rechter verwierp het wrakingsverzoek dan ook als niet-ontvankelijk. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer, bestaande uit de voorzitter en twee rechters, tijdens een openbare terechtzitting op 26 april 2013.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens te late indiening na bekendwording feiten.