ECLI:NL:RBROT:2013:CA1066
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag medisch directeur en onrechtmatige aantasting in eer en goede naam
De zaak betreft het ontslag van de medisch directeur [eiser 1] bij Stichting HZCR en de daaruit voortvloeiende geschillen over achterstallige en misgelopen fees, alsmede een aantasting van zijn eer en goede naam door HZCR en haar bestuurders.
HZCR had de samenwerking met [eiser 1] beëindigd, waarbij [eiser 1] stelde dat dit onterecht was en dat hij recht had op betaling van achterstallige en misgelopen fees. Tevens vorderde hij schadevergoeding wegens imagoschade door onrechtmatige uitlatingen van HZCR. HZCR betwistte dit en voerde onder meer disfunctioneren en concurrentieactiviteiten aan.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst een overeenkomst van opdracht betrof die opzegbaar is, maar dat HZCR een opzegtermijn van drie maanden in acht had moeten nemen. HZCR werd veroordeeld tot betaling van € 43.725,- aan achterstallige fees en € 66.000,- aan misgelopen fees. De aantasting van de eer en goede naam van [eiser 1] werd onrechtmatig geoordeeld en HZCR en haar bestuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot een schadevergoeding van € 15.000,-. De vorderingen van HZCR in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: HZCR wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige en misgelopen fees en tot schadevergoeding wegens onrechtmatige aantasting van eer en goede naam.