ECLI:NL:RBROT:2013:CA1128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Trotman
- De Vreede
- Doorduijn
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten wegens drugshandel met MDMA
De rechtbank Rotterdam behandelde het uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten tegen een persoon geboren in 1980, verdacht van samenspanning en distributie van MDMA. De zaak betrof een strafrechtelijk onderzoek in de VS, waarbij de opgeëiste persoon werd gezocht op grond van een aanhoudingsbevel van juni 2012.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon overeenkomt met de aangehouden man en dat de stukken voldoen aan de wettelijke eisen. Er is een redelijk vermoeden van schuld en dubbele strafbaarheid van de feiten volgens zowel Amerikaans als Nederlands recht. De verdediging voerde verweren aan over mogelijke uitlokking door een criminele burgerinfiltrant zonder toestemming van Nederlandse autoriteiten, en over de plaats van de gepleegde feiten.
De rechtbank oordeelde dat het verweer omtrent uitlokking in de Amerikaanse procedure moet worden behandeld en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro. Het verweer over de plaats van handeling faalde omdat de uitlevering ook mogelijk is voor feiten gepleegd buiten het grondgebied van de verzoekende staat. De rechtbank verklaarde de uitlevering toelaatbaar en nam geen beslissing over de overdracht van in beslag genomen voorwerpen vanwege onvoldoende specificatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar.