ECLI:NL:RBROT:2013:CA1232
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van drugshandel en veroordeling voor bezit van cocaïne
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging van drugshandel vanwege onvoldoende bewijs, waaronder het ontbreken van concrete aanwijzingen dat verdachte cocaïne heeft verkocht. De observaties en telefoongesprekken boden geen overtuigend bewijs, en getuigen noemden verdachte niet als leverancier.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 5 juni 2012 ongeveer 9,47 gram cocaïne bij zich had, wat strafbaar is volgens de Opiumwet. De rechtbank oordeelde dat verdachte opzettelijk handelde en strafbaar is voor het bezit van harddrugs.
De verdediging stelde dat er sprake was van een vormverzuim vanwege het niet vernietigen van geheimhoudersgesprekken, maar de rechtbank vond dat dit geen nadeel voor verdachte opleverde en wees strafvermindering af. Gelet op de hoeveelheid cocaïne en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld, legde de rechtbank een gevangenisstraf van drie weken op.
De rechtbank besloot verder tot teruggave van inbeslaggenomen geld en zag geen aanleiding tot verbeurdverklaring van de voorwerpen. De straf werd onvoorwaardelijk opgelegd zonder een deel voorwaardelijk te maken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van drugshandel en veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf voor bezit van ongeveer 9 gram cocaïne.