ECLI:NL:RBROT:2013:CA2207

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
423662 / HA RK 13-316
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens voortijdige aanvang zitting zonder advocaat

Verzoekster heeft tegen de rechter een wrakingsverzoek ingediend omdat de zitting op 19 april 2013 werd voortgezet zonder haar advocaat, die door verkeersdrukte vijf minuten te laat was. Zij stelde dat dit haar recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro schond en dat de rechter niet onpartijdig handelde.

De rechter heeft het verzoek betwist en toegelicht dat de advocaat om 14.00 uur had gemeld er binnen een half uur te zijn, waarna om 14.30 uur de zitting begon. Er is ruim tien minuten gewacht voordat de behandeling werd aangevangen. De zitting duurde circa vijf tot tien minuten, waarna het onderzoek werd gesloten. De advocaat verscheen kort daarna.

De wrakingskamer oordeelt dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier niet is vastgesteld. Het wachten op de advocaat was niet onredelijk en het voortijdig starten van de zitting zonder haar advocaat levert geen schending van het recht op een eerlijk proces op. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Uitspraak: 28 mei 2013
Zaaknummer: 423662
Rekestnummer: HA RK 13-316
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoekster],
wonende te [adres],
verzoekster,
advocaat mr. E. Yeniasci te Eindhoven,
strekkende tot wraking van mr. T. Damsteegt, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiekrecht, team bestuur 2 (hierna: de rechter).
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van 19 april 2013 is door de rechter behandeld de door verzoekster tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aanhangig gemaakte beroepsprocedure met kenmerk ROT AWB 12/4653 WWB R GVZ GGR.
Bij brief van 19 april 2013 heeft de advocaat van verzoekster de rechter gewraakt.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hierboven omschreven bestuursrechtelijke procedure, in welk dossier zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de zitting van 19 april 2013.
Verzoekster, haar advocaat, alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
Ter zitting van 28 mei 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, is niemand verschenen.
Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van het faxbericht van mr. Yeniasci d.d. 20 mei 2013.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
2.1.1
Zonder enig overleg heeft de rechter besloten om de zitting van 19 april 2013 door te laten gaan zonder de advocaat van verzoekster, die circa vijf minuten was verhinderd in verband met het drukke verkeer. Verzoekster heeft geen eerlijk proces gekregen ex artikel 6 EVRM Pro. Verzoekster is in haar belangen geschaad. De gehele zitting heeft in totaal hooguit vijf minuten geduurd. De rechter heeft niet onafhankelijk c.q. onpartijdig gehandeld. Het komt vaak voor dat de zittingen van rechters uitlopen en dat advocaten keurig wachten. In dit geval is gemeld door verzoekster en de tolk dat de advocaat onderweg was, maar de rechter heeft niet gewacht. Dit gedrag van de rechter is onaanvaardbaar en hierdoor wekt de rechter de schijn van partijdigheid.
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust.
De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. Hij heeft daarbij - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:
2.2.1
De betrokken zaak stond op 19 april 2013 om 14.30 uur op de rol.
Om 14.00 uur berichtte de bode dat de betrokken advocaat zojuist had gebeld dat hij uit Den Haag was vertrokken en er over een half uur zou zijn (dat wil zeggen tijdig).
Om 14.30 uur was de advocaat niet aanwezig. Er is ruim tien minuten gewacht, waarna met de behandeling van de zaak is aangevangen. Verzoekster was aanwezig met een tolk en verder was er de gemachtigde van burgemeester en wethouders. Verzoekster en de gemachtigde zijn door mij gehoord, waarna ik het onderzoek ter zitting na circa vijf tot tien minuten heb gesloten. Partijen verlieten de zittingszaal en tegelijkertijd verscheen de advocaat. Ik heb hem meegedeeld dat ik het onderzoek had gesloten. Ik stel mij op het standpunt dat mijn procesbeslissing het onderzoek ter zitting te sluiten en vervolgens de weigering dat onderzoek weer te heropenen geen blijk geeft van vooringenomenheid of partijdigheid.
3. De beoordeling
3.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Aan de door verzoekster aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.
3.3
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing als vorenbedoeld opleveren.
3.4
Daarbij moet vooropgesteld worden dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing.
3.5
Dat kan anders zijn indien een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven.
3.6
De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is. De rechter heeft met de aanvang van de behandeling ter zitting gewacht gedurende een tijdsperiode die, gegeven het bericht van 14.00 uur dat verzoeksters advocaat er over een half uur zou zijn, niet als onredelijk kan worden aangemerkt, terwijl er voor het nog langer uitstellen van de aanvang van de zitting geen aanwijsbare redenen zijn gesteld of gebleken. Verzoeksters stelling dat zij door de behandeling van haar zaak buiten aanwezigheid van haar advocaat in haar belangen is geschaad, valt buiten het toetsingskader voor wraking. Het verzoek is mitsdien ongegrond.
4. De beslissing
wijst af het verzoek tot wraking van mr. T. Damsteegt.
Deze beslissing is gegeven op 28 mei 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. O.E.M. Leinarts en mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.