ECLI:NL:RBROT:2013:CA2615
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging door vatenreinigingsbedrijf bevestigd
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin de gemeente Rotterdam en een andere eiseres vorderden dat gedaagde aansprakelijk werd gesteld voor bodemverontreiniging op meerdere percelen. Een deskundigenbericht, toegelicht tijdens comparities, vormde de basis voor het oordeel dat gedaagde de bodemverontreiniging in relevante mate heeft veroorzaakt. Gedaagde voerde diverse bezwaren aan tegen het deskundigenonderzoek, waaronder de kwaliteit van het bodemonderzoek, de aanwezigheid van gedempte sloten, kabelverbranding door een derde, een voormalige vuilstort, grondafgravingen en lekkende tanks. De rechtbank verwierp deze bezwaren na uitgebreide motivering.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde niet heeft bewezen dat de bodemverontreiniging buiten zijn schuld is ontstaan en dat de verontreiniging een samenhangend geval betreft veroorzaakt door het vatenreinigingsbedrijf van gedaagde. De vorderingen van de gemeente en eiseres tot verklaring voor recht van aansprakelijkheid werden toegewezen. De vordering tot vanwaardeverklaring van beslag werd niet toegewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen. In reconventie werd een schadevergoeding gevorderd door gedaagde wegens schade bij een ontruiming in 1981, maar deze vordering werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van een gematigde boete, proceskosten en deskundigenkosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een gedetailleerde beoordeling van de diverse betwiste feiten en juridische vragen rondom de bodemverontreiniging en aansprakelijkheid.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor bodemverontreiniging en veroordeeld tot betaling van boete en proceskosten; vordering in reconventie afgewezen.