ECLI:NL:RBROT:2013:CA2763
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden advocaat
In deze civiele procedure vorderde eiseres betaling van griffierecht binnen de wettelijke termijn van vier weken na de eerste zittingsdag. De rechtbank constateerde dat het griffierecht twee dagen te laat was betaald. Volgens artikel 127 lid 2 Rv Pro leidt een te late betaling tot ontslag van de instantie, tenzij toepassing wordt gegeven aan de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv.
De advocaat van eiseres had te maken met een ernstige persoonlijke situatie: het overlijden van een naast familielid, wat leidde tot afwezigheid en vertraging in de betaling. De rechtbank oordeelde dat dit een bijzondere omstandigheid vormde die rechtvaardigt af te wijken van de strikte wettelijke sanctie.
De rechtbank benadrukte dat de wettelijke betalingstermijn hard is en dat normale organisatorische problemen op advocatenkantoren geen grond zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. Hier was echter sprake van een tragische samenloop van omstandigheden met een beperkte termijnoverschrijding.
Gezien het belang van toegang tot de rechter en het voorkomen van een disproportionele sanctie werd de ontslag van de instantie achterwege gelaten. De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling met conclusie van antwoord van gedaagden die inmiddels een advocaat hadden gesteld.
Uitkomst: De rechtbank past de hardheidsclausule toe en ontslaat gedaagden niet van de instantie ondanks de te late betaling van het griffierecht.