ECLI:NL:RBROT:2013:CA2767
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid cessieakte en eiswijziging bij overdracht vorderingsrecht v.o.f. aan BV
In deze civiele procedure staat de rechtsgeldigheid van een cessieakte centraal waarbij vorderingsrechten uit hoofde van een geldleningsovereenkomst van een vennootschap onder firma (v.o.f.) aan een besloten vennootschap (BV) zijn overgedragen. De rechtbank Rotterdam heeft in een tussenvonnis vastgesteld dat de vordering nog niet rechtsgeldig was overgedragen vanwege het ontbreken van een leveringsakte. Staton Bouw B.V. heeft vervolgens alsnog een leveringsakte ingebracht, waarmee zij de vordering aan zich wenst te leveren.
Gedaagden hebben aangevoerd dat de cessieakte niet rechtsgeldig is, onder meer vanwege onjuiste vertegenwoordiging van een van de BV’s en het ontbreken van een duidelijke vermelding dat de cessie namens de ontbonden v.o.f. is verricht. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke bedoeling van partijen en de context, waaronder de rol van voormalig beherende vennoten als vertegenwoordigers, doorslaggevend zijn en dat de cessieakte in redelijkheid als rechtsgeldig kan worden beschouwd.
Daarnaast is de eiswijziging door Staton, die de grondslag van de vordering wijzigt door de leveringsakte toe te voegen, niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. De rechtbank wijst bewijsopdrachten toe aan Staton om aan te tonen dat de BV’s bevoegd zijn als vereffenaars van de v.o.f. op te treden en laat gedaagden toe tegenbewijs te leveren over de geldleningsovereenkomst. Getuigen zullen worden gehoord om de bewijsopdrachten te effectueren. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De cessieakte wordt als rechtsgeldig beschouwd en bewijsopdrachten worden toegewezen, verdere beslissing wordt aangehouden.