ECLI:NL:RBROT:2013:CA2780
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Bouwman
- T. Boesman
- A. Muilwijk-Schaaij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot schorsing executoriale beslagen op basis van hypotheekakte tussen broers
De zaak betreft een geschil tussen twee broers over een geldlening en de executoriale beslagen die gedaagde op eiser heeft gelegd op basis van een hypotheekakte. De geldlening van ruim één miljoen euro werd niet binnen de afgesproken termijn afgelost, waarna gedaagde executiemaatregelen nam. Eiser stelt dat hij zijn verplichtingen is nagekomen en dat er teveel is betaald, terwijl gedaagde vasthoudt aan een openstaande vordering.
De rechtbank constateert dat het niet mogelijk is om op dit moment exact vast te stellen wat het actuele financiële saldo is, mede door tegenstrijdige overzichten en onduidelijkheden over betalingen en incasso's, waaronder een executoriaal derdenbeslag onder een vennootschap. De rechtbank overweegt dat voortzetting van executiemaatregelen zonder duidelijke basis onzorgvuldig zou zijn en dat het belang van eiser bij schorsing zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij voortzetting.
Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij gedaagde wordt bevolen de executoriale maatregelen te staken en de gelegde beslagen op te heffen, totdat in de hoofdzaak een eindvonnis is gewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en de hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schorsing van executoriale maatregelen en het opheffen van alle gelegde beslagen totdat in de hoofdzaak een eindvonnis is gewezen.