ECLI:NL:RBROT:2013:CA2804
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afgifte inboedel na gedwongen ontruiming; retentierecht niet van toepassing
Eiser huurde een woning die op 29 januari 2013 op basis van een ontruimingsvonnis werd ontruimd. De inboedel van eiser werd door gedaagde opgeslagen op grond van een overeenkomst met de verhuurder voor een periode van 13 weken, die op 30 april 2013 verstreek.
Eiser vorderde afgifte van zijn inboedel, terwijl gedaagde zich beroept op een retentierecht wegens niet-betaalde opslagkosten. De rechtbank oordeelde dat de opslag rechtmatig was en dat gedaagde niet onrechtmatig had gehandeld. Na afloop van de opslagperiode had gedaagde geen eigen retentierecht meer, omdat de verhuurder zich zelf niet op een retentierecht kon beroepen en de opslagovereenkomst was geëindigd.
De rechtbank stelde vast dat de inboedel nog steeds eigendom is van eiser en dat gedaagde onrechtmatig handelt door afgifte te weigeren. Daarom werd gedaagde veroordeeld om binnen twee werkdagen de inboedel af te geven, met een dwangsom voor niet-naleving. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de inboedel binnen twee werkdagen onder verbeurte van een dwangsom.